Richting Ribe

3 september 2026 - Ribe, Denemarken

Donderdag 3 september

Rond 8u30’ zitten we gewassen en gestreken met het ontbijt achter de kiezen in de auto op weg naar onze eerste stop, Tønder. Het is droog als we vertrekken maar al gauw gaan de sluizen boven ons open. Het is anderhalf uur rijden. Om half elf passeren we de Deense grens. Tønder ligt hier vlakbij en al snel rijden we de parkeerplaats bij Tønder op. Het is droog maar we nemen de plu toch maar mee. Het is een leuk stadje. De plaats werd in de middeleeuwen gesticht als vissershaven en heeft zichzelf na overstromingen, annexaties en economische neergang weer opgericht als centrum van kantwerk. De beroemdste inwoner is meubelontwerper Hans J. Wegner. Het is een stadje met nauwe straatjes en traditionele huizen. De bekendste is Der Gamele Apothek dat een barokke deur heeft uit 1761. Er zijn ook nog het 16e eeuwse raadhuis en Kristkirken. We wandelen er een stukje door en dan gaat het echt los met de regen. We schuilen ondanks de plu even in de meubelzaak voor we verder lopen. Nu eerst maar eens koffie. Dat doen we in het klooster café. Oud pandje, leuk maar wel prijzig. Tijdens de koffie wordt het weer droog. Opschieten dus voor het vervolg van ons toertje door de stad. Het blijft helaas niet droog. Tussen de buien door bekijken we eea. Ook schuilen we nog even (paar keer). Wij vervolgen onze weg en lopen naar de vuurtoren (hoewel Tønder niet (meer) aan zee ligt). Tussen de buien door gauw nog wat plaatjes schieten voor we weer richting auto gaan. Op naar Rømø, het grootste Deense eiland in de Noordzee. In de 18e eeuw een welvarende walvishaven. Het eiland is via een lange brug verbonden met Jutland die door moerasgebied gaat. We rijden er vlot naartoe en rijden een stukje over het eiland. Eerst naar Lakolk. Hier is niet zoveel te beleven zeker niet gezien het weer. Dan naar Toftum. Hier staat het Komandøgaard (kapiteinshuis) dat dateert uit 1748. Een deel van het oorspronkelijke interieur is bewaard gebleven waaronder een wand met 4000 Nederlandse tegeltjes. Het is een museum maar het spreekt ons niet zo aan dus maar weer door. Bij Juvre staat nog een hek van walvisbotten. Die bekijken we nog en houden het verder voor gezien.

Vertaling van het walvis bord op de foto;

“Het Walknochenhek bij Juvre

(Uit de kannen van de baardwalvis)

Tussen 1660 en 1860 ging het grootste deel van de mannelijke Romeinse bevolking op walvisvangst in de IJszee tussen Spitsbergen en Oost-Groenland. De meesten reisden met schepen vanuit Hamburg en Sleeswijk-Holstein, met name vanuit Altona. Een kleinere groep voer met schepen vanuit Nederlandse havens. Vooral in de 2e helft van de 18e In de 19e eeuw waren er veel Waltangers op Rome en velen van hen hadden leidinggevende functies aan boord, waaronder commandanten (kapiteinen), officieren en harpoeniers. Volgens de oude traditie waren er rond 1770 maar liefst 40 commandanten op het eiland, maar er zijn geen aanwijzingen dat ze allemaal tegelijkertijd een schip bestuurden.

Af en toe brachten de Wanfang-schepen de kaakbeenderen van de gevangen walvissen mee naar huis. Op de houtarme eilanden (naast Röm e.a. Sylt, Föhr, Amrum, Hooge en Langeneß), werden de vispoten gebruikt als een soort houtvervanger. Op sommige plaatsen zijn nog steeds toegangsportalen en dergelijke te zien vanuit de dennen van de walvis. De vispoten werden ook gebruikt voor tuinhekken, maar ze zijn allemaal verdwenen, met na deze, die volgens de beschikbare informatie het enige overgebleven hek op de Noord-Friese eilanden is.

Het hek in Juvre is het jaartal 1772 en de baarden werden naar huis gebracht door de toenmalige eigenaar van de boerderij, commandant Peter Andersen List. In de jaren 1765-1775 werd het Wanfang-schip "De twee jonge Hermanns" vanuit Hamburg uitgevoerd. Het schip kwam in 1777 ten onder tijdens de grootste ramp die de walvisvaarders van Röm ooit heeft getroffen, waarbij 22 zeelieden om het leven kwamen toen verschillende walvisvaarten voor de Oostkust van Groenland van het ijs werden geschoten.

Werden.

Vroeger liep het baardhek naar de binnenplaats, maar dat deel van het bot was aan het rotten. Ondanks het toenemende verval koesterde de eigenaar van de boerderij Thomas Martinsen het hek en zorgde ervoor dat het niet ten onder ging. Het hek werd in 1977 op de monumentenlijst geplaatst en gerepareerd op initiatief van het beschermingsplancomité van het district Sønderjylland”

Door naar ons volgende verblijf. Dat ligt net ten noorden van Ribe. Net iets na half drie arriveren we. Het ligt echt midden in de rimboe. We waren wat twijfelachtig over de locatie (W had wat recensies gelezen over gedeelde badkamers enzo) maar M heeft goed geboekt! We hebben een (eigen) appartement 😁 met alles erop en eraan. De eigenaresse spreekt gewoon Nederlands dus dat is lekker makkelijk. Inhuizen, kopje thee en apparatuur opladen. We melden ons nog even aan voor het ontbijt morgenochtend en stappen dan weer in de auto. Op naar Ribe. 

Ribe; De stad geldt als oudste stad van Scandinavië. Met oude vakwerkhuizen, een Romaanse domkerk (1117), het oudste raadhuis van Denemarken (1496) en musea en het Waddenzeecentrum. 

De auto parkeren we bij Het Pakhuus. Die staat op ons eetlijstje. Het is nog wat vroeg maar deze sluit ook vroeg dus proberen we het maar even. Helaas, de keuken sluit al om drie uur dus hier sjeffen we niet. Dan de stad maar in. Die is leuk met veel water, oude (vakwerk) huizen en winkels. We lopen even rond. Bij de kerk is wat te doen met zang en muziek. Gezelligheid. We lopen terug naar de Havenkade waar we afslaan en naar restaurant de zeehonden lopen. Er is een tafeltje voor ons. We eten lekker. W heeft een soort hamburger en M een vismenu. Na het eten lopen we door de stad terug naar de auto en gaan we terug naar ons appartement. Koffie en chill. 

Het weer; eerst droog daarna flinke buien en een opstekende wind (4). Toch wel 21C maar later op de dag voelt het door de wind erg frisjes. 

Foto’s

Jouw reactie